blauwpaard
Home
vleterranch
StoeterijW
Activiteiten
Vleterrruiters
menners
Forkids
Jaarplanning

vleterranchfoto's
Kampen
Lesuren
Paardentransport
Africhten van paarden
Wedstrijduitslagen
Prijzen
Verhuring
Feest
lidmaatschap
sponsor

 

blauwpaard

 

 


Rijbaanfiguren het juiste bit De gangen
Sporten
Manegepaarden xxxxxxxxxx xxxxxxxx

HET JUISTE BIT: HOE BITTEN FUNCTIONEREN


Welke maat? Liever edelstaal, argentaan of aurigaan? Eenvoudig of dubbel gebroken? je weet het gewoon niet. Je staat voor de schappen met bitten in de ruitersportwinkel en je bent radeloos. Jouw manegepaard liep gewoon met een enkel gebroken bit, maar of dat ook de juiste keuze is voor jouw eigen paard?
  
hetjuistebit
Het probleem van het kiezen begint al bij het materiaal. Het is de bedoeling dat het paard tot genotvol kauwen wordt gestimuleerd, zodat de tongspieren kunnen ontspannen. Want als de tongspier gespannen is, heeft dat zijn uitwerking op de spieren in het onderste deel van zijn nek.
In de westernsport wordt daarvoor het Sweet Iron gebruikt: roestend ijzer met koperinslagen. Het koper oxideert en veroorzaakt kleine microvolt stroomstootjes. Het licht kriebelen en de ijzerachtige smaak, die door oxidatie wordt veroorzaakt, stimuleren het kauwen. Deze bitten horen dus te roesten. Veel mensen gaan het schoonmaken of denken dat het bit geen goede kwaliteit is. Roest is oxidatie.
  
Bij het klassieke rijden is stabiel edelstaal gebruikelijk. Maar omdat edelstaal de speekselproductie slechts beperkt stimuleert, wordt het vaak met koperstukken gecombineerd. Deze stukken moeten regelmatig op slijtage worden onderzocht, omdat koper zeer zacht is. Soms ontstaat op de bitten een groenachtige aanslag. Een onderzoek van de universiteit Hannover heeft echter uitgewezen dat deze oxidatiesporen niet - zoals vaak gedacht wordt – giftig zijn voor het paard. Behalve de edelstaalbitten bestaan er ook bitten, vervaardigd uit argentaan. Dat materiaal bevat zestig procent koper, maar is desondanks zeer hard.

 Lengte en sterkte


Als de keuze van het juiste materiaal gemaakt is, komt de volgende vraag:
Wat is de juiste lengte en sterkte van het bit? Als het bit in de mond ligt, moet het aan iedere kant een halve centimeter uitsteken. Hoewel de juiste lengte nog vrij makkelijk uit te zoeken is, wordt het bepalen van de sterkte al moeilijker. Met zijn vingers moet de ruiter voelen hoeveel ruimte er tussen de boven- en onderkaak is. Onderzoeken van de universiteit Hannover hebben uitgewezen dat er veel minder ruimte is in de paardenmond dan men ooit dacht. Het gehemelte is vlakker en de tong vult bijna de gehele mondholte. Daarom geldt al lang niet meer: hoe dikker het bit, des te zachter.
Hoewel smalle bitten scherper zijn, kunnen ook dikke bitten in smalle monden onaangenaam inwerken. Daarom moet bij paarden een dikte van minimaal veertien millimeter en bij pony’s een dikte van tien millimeter worden aangehouden.
Een stangenbit moet minimaal veertien millimeter dik zijn. Westernbitten zijn over het algemeen smaller, maar ook hier is een minimale dikte van tien millimeter belangrijk.
De in de westernsport gebruikelijke ‘Pull and Slack’ methode, waarbij de teugels slechts impulsachtig worden aangenomen en meteen weer ontspannen komen te hangen, kan op die manier precies worden uitgevoerd. Het bit moet zo zitten dat een tot twee rimpels in de mondhoek ontstaan, afhankelijk van de individuele mondvorm. Een uitzondering hierop zijn stangenbitten, waarbij de mondhoek alleen maar ertegenaan ligt.

TIP

Als je denkt over een ander bit of je hebt net en nieuw paard en je weet nog niet zo goed wat het best bij hem past, dan is dat best en dilemma. Je kunt tenslotte niet ieder bit kopen om uit te proberen! Een handige tip is dat je eens rondkijkt op de manege. Er zal vast een collega ruiter zijn die het bit waar je aan dacht al heeft. Vraag of je het een paar keer kunt lenen om te kijken hoe hij er op reageert.
Wees wel voorzichtig als het een bit is met een duidelijk andere inwerking. Sommige paarden kunnen daar heftig op reageren. Als je net een nieuw bit in doet loop er dan even naast terwijl je het bit een beetje laat inwerken. Dan kun je even kijken hoe de reactie van je paard is terwijl je op de grond staan in plaats van dat je in het zadel zit.

juistebit juitebit juistebit

Zo zit het bit goed. De mond is ontspannen en gesloten.

Zo zit het bit te hoog. De lippen drukken op de scherpe kiezen.

Zo zit het gebit te laag de tong kan over het gebit worden gebracht.

VERSCHILLENDE BITTEN ONDER DE LOEP

Enkelvoudig gebroken bit

enkelvoudiggebrokengebit

Dit bit oefent druk uit op de tong en de lagen. Olijvenkopbitten beschermen door de directe verbinding van ring en bit de lippen beter dan watertrensen, omdat zij niet in de gaten voor de ringen ingeklemd kunnen worden. Ringen en mondstuk zijn echter minder beweeglijk, waardoor het bit bij het trekken aan de teugels sterker in de mond draaitDaarnaast hangt het bit in losse toestand altijd licht naar voren en draait zelfs bij het aantrekken met 45 graden naar achteren. De afstand tot het gehemelte wordt groter, alleen de tong wordt bij stevig trekken aan de teugels erin betrokken.
Alleen bij zeer vlezige tongen is er gevaar voor het gehemelte. men raadt schenkelbitten aan voor jonge paarden die men nog sterk via de binnenste teugel moet voeren. De buitenste stang van het bit drukt daarbij tegen de paardenmond en het paard leert op de buitenste teugel te reageren.


Dubbel gebroken bit

dubbelgebroken bitDit bit past zich door zijn twee gewrichten zeer makkelijk aan de paardenmond aan en ligt ook op tong en lippen. De röntgenfoto’s van Dr. Pieter Witzmann tonen aan, dat - anders dan altijd werd aangenomen - dubbel gebroken bitten niet verder verwijderd van het gehemelte liggen dan enkelvoudig gebroken bitten. Zij hebben echter een belangrijk voordeel: enkelvoudig gebroken kan een bit snel als een stang werken, als te sterk aan een teugel wordt getrokken.
Bij bitten met meerdere componenten zoals dubbel gebroken bitten wordt dat voorkomen. Het middenstuk is rond of vlak (Dr. Bristol) en uit hetzelfde materiaal als de uiteinden of uit koper vervaardigd. Vlakke platen brengen het gevaar met zich mee bij druk hoogkant te gaan staan en met de hoek op de tong in te werken.


Gebroken bit met hefboom

gebrokenbitmethefboomGebroken bitten met hefboom zijn bij het westernrijden gebruikelijk, vaak ter voorbereiding op het stangenbit met Shanks. Deze bitten zijn minder geschikt voor paarden die nog een sterke zijwaartse aanleuning nodig hebben, omdat de teugel normalerwijze alleen aan de onderste aanhaling wordt bevestigd. Ook in de spring-sport worden deze bitten toegepast. Daar verlopen over het algemeen de teugels van de trensenring en de teugels van de aanhaling naar de ruiter.
Bij het Pelham kan zowel het bovenste als het onderste einde van de aanhaling met een Pelhamriempje worden verbonden, zodat de ruiter maar twee teugels vasthoudt. De aanhalingen mogen bij de Pelham maximaal zeven centimeter lang zijn. Daarom kan hier geen afstandsstang aan de onderste einden van de aantrekking worden gebruikt, zoals bij deze bitten wordt aanbevolen. De stang voorkomt dat het bit draait. Een kinketting of een leren riem fixeert het bit op de lippen en veroorzaakt zo een hefboomwerking op de onderkaak.


Stangen zonder hefboon

stangenzonderhefboom

Stangenbitten zonder tongvrijheid (opwelving in het middengedeelte) worden door de tong gedragen en hebben weinig contact tot de laden. Bij gelijktijdige teugelinwerking werkt het bit mild. Eenzijdige hulpen komen te vaag aan. Te grote bitten draaien snel en drukken op een kant van de laden en op het gehemelte.
Stangen zijn geschikt voor paarden met een vlakke kaak en zulke die gebroken bitten maar moeilijk accepteren. Het paard kan bij een stang echter makkelijk zijn tong erover leggen. Dan is een kleine tonvrijheid raadzaam. Zulke bitten liggen sterk op de laden en maken duidelijkere hulpen mogelijk. Bij het gebruik van stangen mag het paard zijn hoofd niet te hoog dragen, anders werken deze in plaats op de lippen en tong pijnlijk in op de lippen, mondhoeken en kiezen. Het paard moet daarnaast met een subtiele hand worden gebogen, want anders draait het bit.


Stangen met hefboom

stangenmethefboom

De aanhaling boven het mondstuk waarin de bakkenriemen worden ingehangen heet bovenboom, de aanhaling onder het mondstuk onderboom. Hoe langer en rechter de onderboom, des te scherper is het bit. Deze bitten worden met vier teugels (teugels aan de onderboom en teugels aan het mondstuk) of twee teugels aan de onderboom (blanke kandare) gebruikt.
Stangen met hefboom werken op drie manieren: bij het trekken aan de teugel beweegt de onderboom naar achteren, het gebit wordt gedraaid, de kinriem werkt in op de kingroef. Als de riem gespannen is, werkt het bit op tong en laden, de bovenbomen oefenen druk op de nek uit.
Belangrijk is de vrijheid van de tong. Als deze maar klein is of helemaal ontbreekt, drukt het bit alleen op de tong en de hulpen worden onduidelijk. Hoe groter de tongvrijheid, des te hoger is de druk op de laden en het gebit wordt scherper. Het paard kan het bit meer met de tong optillen om de druk op de laden te voorkomen. Ook het gehemelte loopt dan gevaar.


Dressuurkandare

dressuurkandareDe dressuurkandare bestaat uit een stangenbit en een onderlegtrens. De trens maakt het stellen en buigen van het paard mogelijk, de stang zorgt voor een goede hoofdpositie. De kinketting begrenst de draaiing van het bit en leidt de druk van de nek en de mondhoeken op kin en tong. Zij moet zo hoog zitten dat de onderboom bij een aangenomen teugel een hoek van hooguit 45 graden tot de mondhoek vormt. Als ze te lang is, kan het bit niet goed inwerken en kan dit bit met tongvrijheid tegen het gehemelte aandrukken. Als ze te kort is, ontstaat een constante druk op kin en tong. Je moet een tot twee vingers tussen ketting en kin kunnen schuiven.
Lange onderbomen zijn scherper. De hulpen komen echter later bij het paard aan, zodat een onrustige hand niet elke keer stoort. Grof aan de teugels trekken kan een paard echter wel verwonden. Korte aantrekkingen werken milder, elke kleine trek komt echter direct aan. De lengteverhouding van boven- en onderbomen moet bij ongeveer 1:2 liggen. Hoe langer de onderbomen en hoe korter de bovenbomen, hoe scherper het inwerkt.

 

© 2012 Stoeterijw

© 2012 Stoeterijw