blauwpaard
Home
Vleterranch
StoeterijW
Activiteiten
Vleterrruiters
menners
For kids
Jaarplanning
opa's blog

opa's foto's
Kampen
Lesuren
Prijzen
Verhuring
Feest
lidmaatschap
sponsor

 

blauwpaard


Rijbaanfiguren het juiste bit De gangen
sporten
xxxxxxxxxx xxxxxxxxxx xxxxxxxx

For Kids

De Gangen van een paard

Stap van een paard


De stap is een paardengang waarbij men vier hoefslagen hoort. Het paard zet zijn benen in deze volgorde neer: linksachter, linksvoor, rechtsachter, rechtsvoor. De stap moet, vooral tijdens het rijden binnen de dressuur, zuiver en gelijkmatig gereden worden. Dat wil zeggen dat, als op harde bodem gereden wordt, het geluid van de 4 landende hoeven moet klinken als 1...2...3...4...1... enzovoorts. Onregelmatig (of ontaktmatig) is als men bijvoorbeeld 1...2.3...4.1... hoort.
Een paard beweegt zijn hoofd bij het lopen, zo ongeveer als mensen met hun handen zwaaien tijdens het lopen. De handen van de ruiter, die door middel van teugels het paard besturen, behoren de lichte hoofdbewegingen die het paard maakt op subtiele wijze te volgen.
In de stap is er afwisseling van 'diagonale ondersteuning' en 'laterale ondersteuning', met daartussen telkens periodes dat het paard op drie benen staat.
Het paard tilt bijvoorbeeld eerst linksvoor op en staat op drie benen. Dan verlaat rechtsachter de bodem (paard staat op diagonaal: linksachter en rechtsvoor). Linksvoor landt weer (paard op drie benen, alleen rechtsachter is in de lucht). Het paard brengt rechtsachter naar voren en vlak voor het neerkomen van rechtsachter verlaat rechtsvoor de bodem, heel even staat het paard op de lateraal van de beide linkerbenen. Daarna (rechtsachter is geland) gaat het rechtervoorbeen naar voren terwijl het paard even op drie benen staat. Vervolgens tilt het paard linksachter op (staat op diagonaal: rechtsachter linksvoor).
Een paard in een ontspannen stap is te herkennen in de plaatsing van de afdruk van de hoeven.
In dat geval zal de afdruk van de achterhoef zich bevinden voor de afdruk van voorafgaande afdruk van de voorhoef aan dezelfde kant.

Draf

De draf is een diagonale paardengang. De draf is een snellere gang dan de stap, maar langzamer dan de galop. Tijdens de draf worden linksvoor en rechtsachter tegelijk opgetild en neergezet afwisselend met rechtsvoor en linksachter.
Tijdens de draf kan de ruiter of amazone lichtrijden of doorzitten.drafvaneenpaard
Lichtrijden (of: Engels rijden) is een manier van zitten waarbij de ruiter telkens even uit het zadel opveert; als het ware telkens even in zijn stijgbeugels gaat staan hetgeen comfortabeler kan zijn voor ruiter en paard.
Wanneer de ruiter of amazone tijdens de draf in het zadel blijft zitten spreken we van doorzitten. Correct doorzitten moet geleerd worden, de draf is moeilijker 'uit te zitten' dan de galop. Meeveren met de rug van het paard is de kern, en een ruiter of amazone heeft er sterkte buikspieren voor nodig. Een en ander hangt ook af van het "gereden zijn" van het paard: een stijf dier dat zijn achterbenen nauwelijks onder de massa brengt, 'laat de ruiter niet zitten' - lichtrijden heeft dan de voorkeur. Blijven doorzitten kan dan schadelijk zijn voor zowel de rug van de ruiter als die van het paard (waardoor het dier nog 'holler' wordt). Een van de oefeningen om correct te leren doorzitten is stijgbeugels uitdoen, zodat de ruiter of amazone de beweging van het paard niet met de benen en de stijgbeugels op kan vangen.

Galop

Galop is de snelste gang van een paard.
De Britten vonden de verschillen tussen arbeidsgalop en rengalop zo dramatisch, dat men er verschillenden woorden voor heeft: canter voor de "gewone" galop (voor de rijbaan) en gallop, voor de rengalop (voor de racebaan).
Galop is een drietelgang: men kan tellen: een, twee, drie, pauze. Galop is asymmetrisch: men kent de linkergalop, rechtergalop en overkruiste galop (voorbenen doen linkergalop, achterbenen rechtergalop - of omgekeerd).galop
In de rechtergalop zet het paard eerst linksachter neer, vervolgens rechtsachter en linksvoor tegelijk en eindigt met rechtsvoor neerzetten, terwijl ondertussen linksachter de bodem al weer verlaten heeft. Vervolgens tilt het paard ook de diagonaal 'rechtsachter linksvoor' op en heeft alleen rechtsvoor nog contact met de bodem. Daarna volgt het 'zweefmoment', alle hoeven hebben de bodem verlaten.
In de linkergalop begint het paard met rechtsachter, vervolgens linksachter en rechtsvoor en eindigt met linksvoor. Drie hoefslagen, vandaar drietel plus pauze.

Rengalop

Rengalop is een viertelgang van een paard. De gang is bijna hetzelfde als de gewone galop,rengalop alleen tilt het paard ieder been afzonderlijk op. Dat zijn vier momenten; je hoort daardoor telkens vier hoefslagen, en bij galop zijn dat er drie. Rengalop gaat sneller dan gewone galop. Als paarden schrikken kunnen ze ook opeens in rengalop gaan.
Als je wilt gaan rengalopperen, ga je eerst in de galop, en dan aansporen, en dan 'vallen' de meeste paarden vanzelf in de rengalop. Daarbij ga je in de verlichte zit zitten.

 

Tölt

Tölt is een wijze van lopen die vooral bekend is van het IJslandse paard. De voetvolgorde van tölt is gelijk aan die van stap. Het verschil zit echter in het optillen en neerzetten van de hoeven. Gevolg hiervan is, dat het paard in stap afwisselend op twee of op drie benen staat en in tölt op twee benen toldof op één been tegelijk steunt.  Een IJslander kan in tölt verschillende tempi lopen; dit varieert van een langzame draf tot een flinke galop. Doordat er in tölt geen zweefmoment bestaat, zoals in galop, ervaart de ruiter ook nooit (onaangename) opwaartse bewegingen en kan men ontspannen in het zadel blijven zitten. In tölt draagt het paard zijn hoofd en hals hoog. Er ontstaat een trotse beweging, versterkt door het ritmisch meedansen van de staart. Het gewicht wordt voornamelijk door de achterhand gedragen, zodat de voorbenen en schouders vrij kunnen bewegen. Bij zeer goede tölters gaat dit gepaard met een hoge knieactie. Behalve spectaculair is de tölt op de eerste plaats een comfortabele gang, zowel voor het paard als voor de ruiter. Om aan te tonen hoe rustig de ruiter in het zadel zit, wordt in töltdemonstraties vaak met één hand gereden, met in de andere hand een vol glas bier.



Sporten


Sporten waarin paarden gebruikt worden zijn onder meer,

Carrousel: Een carrouselgroep bestaat uit 12 of 16 ruiters die samen verbluffende figuren uicarrouseltvoeren, door op allerlei manieren door elkaar heen te gaan.De ruiters rijden op zelf gekozen muziek twee aan twee in colonne aan, en maken diverse figuren en formaties, waarbij een goede dressuur en samenwerking uiterst belangrijk zijn. De figuren hebben specifieke namen zoals klaverblad, tourniquette, visgraat of zandloper. Het showelement hierbij is groot. Dat alle ruiters en amazones exact hetzelfde gekleed moeten zijn en de paarden tot in de puntjes verzorgd spreekt voor zich.

 

Dressuur: Paarden moeten allerlei gymnastische oefeningen laten zien, waaruit de harmonie tussen ruiter en paard blijkt. uitgestrekte drafHierbij lijkt het alsof alles vanzelf gebeurt, de bewegingen zijn vlot en soepel. Maar in het echt moet de ruiter enorm veel moeite doen om het paard de juiste bewegingen te laten doen. Benen moeten juist liggen, houding correct, handen in de juiste positie en de zit moet mee bewegen.


 

Endurance: Lange afstandsritten
Eventing: Meerdaagse proef ontstaan uit het leger, daarom vroeger "military" genoemd. Ook wel Cross-Country genoemd. Endurance is een tak van paardensport waarin het de bedoeling is om binnen een vastgelegde tijd een bepaalde afstand af te leggen in buitengebied. Het is de bedoeling niet te vlug en niet te traag te arriveren, maar een goede gemiddelde snelheid te behalen. Hierbij kan het gebied variëren van zeer vlak tot zeer bergachtig, van harde grond tot mul zand.endurance  Zaak is om tijdens tussentijdse veterinaire controles en aan het eind van de wedstrijd het paard in goede conditie te kunnen tonen en hierbij mogen geen gebreken naar voren komen die schade aan de gesteldheid van het paard berokkenen op korte of langere termijn.
Afstanden die worden afgelegd variëren van 20 km tot 160 km.
Van belang om te kunnen winnen is uiteindelijk.

       1. De rit dient uitgereden te worden zonder dat het paard gebreken vertoont
       2.De snelheid
       3. De hartslag

Gangenwedstrijden: Gangenpaarden (paarden die meer gangen hebben dan de drie basisgangen, stap draf en galop) worden soms op gangenwedstrijden uitgebracht. Ze moeten hier hun drie basisgangen en de andere gangen (tölt, telgang, walk) zo mooi mogelijk lopen. Voor elk ras bestaan eigen wedstrijden.

Hogeschool dressuur: Acrobatiek voor paarden met oefeningen zoals capriool, levade, piaffe.

    passagepiaffspanishwalk

 passage                          Piaffe              Spaanse pas


Horseball: Een balsport die wordt gespeeld op de rug van paarden

horseball


 

 

 

Mennen: Recreatief rijden met een koets heet 'mennen'. Er worden regelmatig shows van authentiek gerij gehouden, waarbij het erom gaat geheel 'in stijl' aangekleed een elegante combinatie van paard, tuig, koets, koetsier en inzittenden te presenteren.

Mensport: De internationaal beoefende topsport met aangespannen paarden heet 'mensport'. Onderdelen zijn: dressuur, marathonrit met hindernissen en behendigheidswedstrijd.

Paardenrennen: Draverijen, vlakkebaanraces en steeplechases.

Polo: Teamsport waarbij twee partijen betrokken zijn.  De ene ploeg moet proberenpolo een balletje in het doel van de tegenpartij te slaan.Polo is een balspel dat gespeeld wordt door twee teams van vier spelers te paard op een veld van 300x200 meter. De ruiter is uitgerust met een stick van bamboe (mallet) met aan het eind een sigaarachtig dwarshout, zodat hij de bal op de grond kan spelen zonder af te stijgen. Het spel vereist uitstekend ruiterschap en balgevoel en vindt zijn oorsprong in Perzië.


Ringsteken: Een sport waarbij het de bedoeling is om te paard met een lans door een opgehangen ring te steken.Ringsteken of ringrijden is een folkloristische traditie ringrijderwaarbij men, gezeten te paard of vanaf een wagen die achter een paard gespannen is, een lans door een ring probeert te steken. Deze traditie, die in sommige streken als sport beoefend wordt, komt voor in Nederland, Duitsland en Denemarken.



Springen: Wedstrijd met hindernissen waar de paarden moeten over springen (bijvoorbeeld in een concours hippique). Dit is de een tak in de paardensport die in zekere zin ingaat tegen de natuur van een paard; in de vrije wildbaan zal een paard altijd om een obstakel heen lopen in plaats van er over te springen.

Tentpegging: Een ruitersport met een unieke combinatie daarvan vormt de beoefening van de vaardigheden met sabel, lans en revolver in het zadel.In vliegende galop werden met de lans houten tentharingen ('tentpegs') uit de grond gewipt en meegevoerd.Tentpegging is een vorm van bereden wapenvaardigheid. Bereden wapenvaardigheid als sport bestaat in Engeland sinds de negentiende eeuw en wordt daarbuiten hoegenaamd uitsluitend bedreven in landen waar de Engelsen ooit de macht in handen hadden, waaronder Australië, India, Israël, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika.
tenpeggingDe sport kent twee onderdelen: Mounted Skill-at-Arms en Tentpegging. Bij beide onderdelen verzamelt de ruiter punten door enige (vaste) doelen te raken en daarbij de juiste stijl in acht te nemen. Bij Mounted Skill-at-Arms moet de ruiter een parcours rijden en alle wapens gebruiken (sabel, lans en revolver), waarbij hij zijn paard ook over enkele hindernissen moet laten springen. Bij Tentpegging rijden één of meerdere ruiters parallel aan elkaar of achter elkaar over een rechte lijn waarbij ze met de sabel of de lans kleine, staande objecten in de grond moeten raken.

T.R.E.C.
: Tradition Randonee Equestaire de Competition; dit het een afgeleide van de test voor het Franse ruiterbewijs in competitievorm. Een wedstrijd bestaat uit drie onderdelen: de POR; een oriëntatierit, de MA; de beheersing van de gangen (men moet 150 meter afleggen in een zo traag mogelijke galop en terug in een zo snel mogelijke stap) en de PTV; een hindernissenparcours opgebouwd uit hindernissen welke men tijdens een trektocht zou kunnen tegenkomen. Een wedstrijd kan één of twee dagen beslaan.

Voltige: Turnen te paard; het paard stapt, draaft of galoppeert terwijl mensen atletische oefeningen doen op zijn rug. Iets dergelijks wordt als onderdeel van de show ook gedaan in het circus.
Voltige is zoiets als turnen op een bewegend paard - dit in tegenstelling tot het paard voltige als turnvoltigeonderdeel, waarbij op het turntoestel paard wordt geturnd. Het paard loopt voltes (rondjes) aan een lange lijn (longeerlijn) in stap, draf of in galop. Dit zijn de drie gangen van een paard. Een voltigeur is iemand die in een vloeiende beweging op het paard springt en turnoefeningen doet. Voltigeren kun je zowel individueel als met een team doen. Een team bestaat uit 4 of 6 voltigeurs, en ook duo's en solo's. Er mag maximaal met 3 man op 1 paard gevoltigeerd worden.

Western rijden
: Verschillende disciplines zoals; reining, trail, halter, showmanship, pleasure en hunter under saddle.

Paarden worden daarnaast soms gebruikt door jagers, bijvoorbeeld tijdens de vossenjacht in Groot-Brittannië. Ook zijn er hengstenshows, premiekeuringen voor de fokkerij en minder bekende sporten zoals rodeo en gymkhana. Buiten deze sporten rijden veel mensen paard puur voor het plezier op maneges of bijvoorbeeld op ruiterpaden in buitengebieden. Dit laatste wordt recreatief rijden genoemd.